Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Verantwoording subsidie

Onderdeel van Subsidieregels Peuteropvang 2017.

De houder levert uiterlijk voor 1 mei 2018 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college met behulp van een door het college vastgesteld format voor de eindrapportage van de houder in de vorm van het Rapportageformat: ‘Eindrapportage Peuteropvang 2017’. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: Het rapportageformat ‘Eindrapportage Peuteropvang 2017’;een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en (voor zover van toepassing) inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); Een balans per eind van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. Voor subsidies van € 50.000 - en hoger dient de eindrapportage voorzien te zijn van een controleverklaring. Voor de verstrekte subsidies geldt dat het college bij houder nadere gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer: Inkomensverklaringen of andere bewijzen hoogte gezinsinkomen; verklaringen geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders; Plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort peuterplaats, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken. Indicaties doelgroepkinderen, afgegeven door Thuiszorg West-Brabant, voor plaatsingen van doelgroeppeuters.

Rechtspraak bij dit artikel