**1..** Het college subsidieert een uurtarief voor peuteropvang met een maximum van € 9,-- per uur.
**2..** Het college subsidieert per maand per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 6 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
Voor de in artikel 6 lid 1 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 6 uren per week x maximaal € 9,-- per uur x 40 weken / 12 maanden minus de vaste geldende ouderbijdrage die de instelling in rekening brengt.
Voor de in artikel 6 lid 2 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 12 uren per week x maximaal € 9,-- per uur 40 weken/ 12 maanden minus de vaste geldende vaste ouderbijdrage die de instelling rekening brengt.
Voor de in artikel 6 lid 3 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 6 uren per week x maximaal € 9,-- per uur x 40 weken/12 maanden. De ouders betalen voor het 3e en 4e dagdeel geen ouderbijdrage.
De gemeente verstrekt voor de in artikel 6 lid 3 genoemde doelgroep eveneens een bijdrage in het verschil in kosten tussen het uurtarief van € 9,-- en het wettelijk vastgestelde wettelijke uurtarief van € 7,18 in 2017.
**3..** Als de ouderbijdrage minder dan 12 keer per jaar in rekening wordt gebracht, dan vindt op bovenstaande berekeningen uit de tekst sub a, b en c een correctie plaats in de vorm van een aanpassing van de 12 maanden factor.
**4..** Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode (kalenderjaar), op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder, inclusief het ingevulde rapportageformat ‘Eindrapportage Peuteropvang 2017’, door het college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette Peuterplaats voor peuters genoemd in artikel 6 onder lid 1, 2 en 3), het gehanteerde uurtarief, en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdrage en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplaatsen heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.