Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.2

Artikel 3.2

Onderdeel van Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2016

Algemene criteria Er bestaat aanspraak op een maatwerkvoorziening: voor zover deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot het zich handhaven in de samenleving; voor zover deze als de goedkoopst passende voorziening aan te merken is; indien deze een passende bijdrage levert aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen en opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht, of indien dit niet mogelijk is voor cliënt, met een toenemende mate van zelfredzaamheid, te handhaven in de samenleving. voor zover de cliënt de problemen bij het zich handhaven in de samenleving niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit het sociale netwerk; met gebruikmaking van algemene voorzieningen; door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten. voor zover de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de problemen bij het zich handhaven in de samenleving niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit het sociale netwerk; met gebruikmaking van algemene voorzieningen; door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten. Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening: voor zover de voorziening voor de persoon van de cliënt algemeen gebruikelijk is; voor zover de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de cliënt toereikend en passend te zijn of die de kosten van de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt; indien de cliënt niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen, evalueren of nakomen van het ondersteuningsplan. indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de cliënt niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen als bedoeld in artikel2.3.8 lid 1 en 3 van de wet of aan de in deze verordening gestelde verplichtingen; Het college kan nadere regels stellen inzake de toegang tot maatwerkvoorzieningen en de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen. Artikel 3.3 Criteria beschermd wonen De cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen, indien hij, onverminderd de in de wet en in artikel3.2 van deze verordening genoemde criteria, voldoet aan alle volgende criteria: Er is noodzaak tot verblijf in een veilige/beschermde omgeving in een accommodatie van een instelling, als onderdeel van de ondersteuningsbehoefte, met intensieve begeleiding en met het daarbij behorende toezicht. De cliënt kan onvoldoende beroep doen op het sociale netwerk. Er is geen inzet van ambulante begeleiding in de thuissituatie. Er is geen sprake (meer) van klinische behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel