De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak, of indien dit later is, op het tijdstip waarop de
belastingplicht aanvangt.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats.
Voor de toepassing van de vorige volzinwordt het totaal van de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting al dan niet
tezamen met andere heffingen aangemerkt als één aanslagbiljet.
Bij toepassing van maand-, week- en dagtarieven wordt geen
ontheffing verleend.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening precariobelasting 2017