De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het
belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering.
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt,
ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genot hebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie
kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.