Voor subsidie komen in aanmerking de kosten die naar het oordeel van het college redelijk zijn voor de uitvoering van de onder artikel 2 genoemde activiteiten en geschaard kunnen worden onder een van de volgende kostensoorten.
De aanneemsom bepaald op basis van de leidraad van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
De risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen.
De kosten van een architect en van een constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is.
De kosten van noodzakelijk meerwerk.
De verschuldigde BTW voor zover deze niet kan worden teruggevorderd.
De kosten van een inspectierapport van de recente bouwkundige staat. Dit volgens de methodiek van de Monumentenwacht, opgesteld door een, door het college aanvaardbaar geachte, onafhankelijke deskundige of een deskundige instantie.
De kosten van zelfwerkzaamheid niet zijnde loonkosten.
Hoofdstuk
Artikel 6
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Onderdeel van Uitvoeringsregeling subsidies instandhouding gemeentelijke monumenten 2017