De archivaris ziet er op toe, dat het beheer van de archiefbescheiden
die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, geschiedt
overeenkomstig de bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan
gegeven regels.
De archivaris is bevoegd, ter uitoefening van dit hem bij artikel 32,
tweede lid, van de wet opgedragen toezicht, zich te doen vervangen of
bijstaan door aan hem ondergeschikte en door hem aan te wijzen
ambtenaren die in het bezit zijn van een diploma archivistiek als
bedoeld in artikel 22 van de wet.