Burgemeester en wethouders doen tenminste éénmaal per jaar aan de raad
verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van artikel
30 van de wet. Zij leggen daarbij over de verslagen die door de
archivaris aan hen zijn uitgebracht in verband met het beheer en het
toezicht, bedoeld in de artikelen 16 en 21.