De Legesverordening 2016 laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van
7 juli 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
zich voor die datum hebben voorgedaan.
Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de
in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de
heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden
voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare
feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode
plaatsvindt.
Indien het voorstel van Rijkswet tot wijziging van de Paspoortwet in
verband met het van rechtswege laten vervallen van reisdocumenten
van personen aan wie een uitreisverbod is opgelegd (Kamerstukken I
2015/2016, 34358 (R2065), nr. A), tot wet is of wordt verheven en
artikel l van die wet in werking treedt, wordt in artikel 2, onder
nummering van de bestaande tekst tot eerste lid, een tweede lid
toegevoegd luidende:
Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende
tarieventabel is bepaald over een Nederlandse
identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de
aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft
bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een
vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met
een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken
persoon.
Indien artikel 10.8, onderdeel B, van de Wet natuurbescherming in
werking treedt, worden de onderdelen 2.3.12 en 2.3.13 van de bij
deze verordening behorende tarieventabel vervangen door:
2.3.12
Projecten of handelingen in het kader van de
Wet natuurbescherming (bescherming van een Natura
2000-gebied)
Hiervoor zijn in deze legestabel geen tarieven
opgenomen.
2.3.13
Handelingen in het kader van de Wet
natuurbescherming (bescherming van
soorten)
Indien de aanvraag tot het verlenen van een
omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten
van een handeling als bedoeld in artikel 2.1, eerste
lid, onder k, van de Wabo, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van
dit hoofdstuk indien deze tevens sprake is van de in die
onderdelen bedoelde activiteiten:
€ 168,40
De op grond van het vierde lid vervangen onderdelen blijven van
toepassing op de belastbare feiten die zich voor de in artikel 13,
derde lid, onder b, bedoelde datum van ingang van de heffing hebben
voorgedaan.
Artikel 12
Overgangsrecht en slotbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges 2017