De rechten worden niet geheven voor het begraven van stoffelijke
overschotten c.q. het bijzetten van de as van kinderen, die beneden
de leeftijd van drie maanden zijn overleden voor zover die in één
kist of asurn met hun moeder worden begraven;
Toepassing van verhoging van de rechten, genoemd in onderdeel 2.4.1
van de tarieventabel, vindt niet plaats, indien:
naar het oordeel van het college de accommodatie niet
toereikend is om binnen de vastgestelde tijden het
dagprogramma uit te voeren en indien het dagprogramma het
noodzakelijk maakt de begraving te verschuiven naar een
zaterdag, zondag of feestdag;
de begraving en/of bijzetting geschiedt op een door de
burgemeester in het belang van de openbare orde gegeven
last;
de begraving en/of bijzetting geschiedt op een door het
college in het belang van de volksgezondheid gegeven
last;
de begraving en/of bijzetting op grond van wettelijke
bepalingen op geen ander tijdstip dan het gevraagde kan
plaatsvinden;
de begraving en/of bijzetting noodzakelijk moet plaatsvinden
na beëindiging van een door de officier van justitie of de
rechter-commissaris gelast uitstel van begraving van het
stoffelijk overschot.
Rechten, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, zijn
niet verschuldigd ingeval van herbegraving van een lijk in hetzelfde
graf als waarvoor op grond van hoofdstuk 5 van de tarieventabel een
recht wordt geheven.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten Zwijndrecht 2017