Deze verordening verstaat onder:
subsidie: een aanspraak op financiële middelen, door of namens
een bestuursorgaan van de gemeente verstrekt met het oog op
bepaalde activiteiten van de subsidieontvanger, anders dan als
betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of
diensten;
bestuursorgaan: als bestuursorgaan in de zin van deze
verordening worden beschouwd de raad c.q. het college;
activiteitenplan: een overzicht van de door de instelling
voorgenomen activiteiten voor een bepaalde periode, zo veel
mogelijk geformuleerd naar meetbare prestaties en beoogde
effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met
het gemeentelijk beleid;
instelling: een organisatie met rechtspersoonlijkheid die een
algemeen belang dient en geen winstoogmerk heeft;
beleidsregels: bij besluit van het college vastgestelde regels
ter uitvoering van het subsidiebeleid, waarin de doelstellingen
van het beleid worden omschreven, waarbij de grondslagen voor de
verdeling en de hoogte van het subsidiebudget worden vermeld,
en/of criteria voor subsidieverlening ten aanzien van
instellingen worden aangegeven;
budgetsubsidie: een subsidie voor een vooraf bepaalde periode
ter uitvoering van een activiteitenplan, dat van zodanig belang
is dat de aard en de omvang beïnvloed kunnen worden;
incidentele subsidie: een eenmalige subsidie;
aanvullende subsidie: een subsidie in aanvulling op een
budgetsubsidie of waarderingssubsidie;
investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop,
nieuwbouw, verbouw en eerste inrichting van een accommodatie
binnen de gemeente of voor de realisatie van bijzondere
voorzieningen;
waarderingssubsidie: een jaarlijkse subsidie ter stimulering of
waardering van activiteiten;
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
Rekenkamercommissie: de door de gemeenteraad bij of krachtens
verordening ingestelde rekenkamercommissie.