Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 30

Controle door rekenkamercommissie

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening

1.. De Rekenkamercommissie heeft de volgende bevoegdheden ten aanzien van instellingen die rechtstreeks of middellijk subsidie hebben ontvangen van de gemeente of van een derde voor rekening en risico van de gemeente: de rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen. de rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. Het onderzoek heeft betrekking op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gebruik van de verleende subsidies en/of gesubsidieerde activiteiten.De rekenkamer stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis. 2.. De onder artikel 30 lid 1 bedoelde bevoegdheden van de Rekenkamercommissie strekken zich alleen uit tot instellingen die subsidie ontvangen ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie betrekking heeft. De onderzoeksbevoegdheid strekt zich ook uit tot regionale instellingen die van meer dan een gemeente subsidie ontvangen. De optelsom van alle gemeentelijke bijdragen dient in dat geval meer te bedragen dan 50% van de baten van deze instelling, over de jaren waarop de subsidie betrekking heeft. 3.. De Rekenkamercommissie brengt de rapportage die de Rekenkamercommissie uitbrengt aan de raad van de gemeente, ter kennis aan het college en de betrokken instelling waar het onderzoek heeft plaatsgevonden. 4.. De instelling is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de werkzaamheden van de Rekenkamer commissie als bedoeld in lid 1, onder a. en b.

Rechtspraak bij dit artikel