Naar hoofdinhoud
1.. Onder ‘particuliere graven’ wordt mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particulier kindergraf, particuliere verstrooiingsplaats en particuliere gedenkplaats. 1.. Het college verleent voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van twintig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende verlengd worden telkens met een termijn van 10 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.. Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 4.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen, genoemd in artikel 18, tweede lid. 5.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel