Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken
onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een
behoorlijk zichtbare kentekenplaat
Het bepaalde in de artikelen 1, 4 en 5 van deze verordening is van overeenkomstige
toepassing op gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid genoemd in artikel 130, lid 4, artikel 164, lid 7 en artikel 174, lid 1 van de Wet.