Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 40.

Overstapregeling

Onderdeel van 1e gewijzigde beleidsregels Bijzondere Bijstand Gemeente Geertruidenberg 2017

1.. In beginsel is er geen bijzondere bijstand mogelijk voor directe en indirecte onderwijskosten. Het Kind Gebonden Budget wordt een afdoende voorliggende voorziening geacht. 2.. Slechts indien op grond van artikel 35 lid 1 van de Participatiewet sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, kan hiervan afgeweken worden. 3.. De overstap van een ten laste komend kind van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid. 4.. De kosten, die daaruit voortvloeien, zoals de kosten van een nieuwe schooltas of fiets kunnen daarom voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. 5.. De kosten zoals genoemd in lid 4 kunnen tot een maximum van € 250 voor een periode van 12 maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag worden vergoed. 6.. Dit bedrag wordt in 2 gelijke delen uitbetaald, de eerste 50 % z.s.m. na datum toekenning, de overige 50 % nadat de besteding van het eerste deel door betrokkene is verantwoord middels het overleggen van nota’s. 7.. Uiterlijk 3 maanden na afloop van de in sub 5 genoemde periode van 12 maanden kan steekproefsgewijs controle plaatsvinden op de besteding van de gehele aan betrokkene toegekende bijstand; de steekproef bestaat uit maximaal 10 % van het totaal aantal in die periode ingediende aanvragen. 8.. Indien de bijstand niet (volledig) aan het beoogde doel wordt besteed, kan deze (gedeeltelijk) worden teruggevorderd. 9.. Sub 5 t/m 8 dienen in de beschikking te worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel