In artikel 32a van de Wet op de Lijkbezorging is geregeld dat de natrekking van grafbedekkingen is uitgesloten. Met andere woorden: de gemeente wordt niet via natrekking eigenaar van grafbedekkingen. Daaruit volgt dat rechthebbenden de wettelijke verplichting hebben onderhoud aan gedenktekens te plegen. Als er sprake is van verwaarlozing van het gedenkteken, kan de gemeente de rechthebbende aanspreken en sommeren tot het overgaan van herstelwerkzaamheden aan het gedenkteken. Als de rechthebbende dit nalaat, kan van gemeentewege tot de vereiste herstelwerkzaamheden worden overgegaan, op kosten van de rechthebbende.
De mededeling dat het college voornemens is om het gedenkteken te verwijderen, kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en dat het graf zal worden geruimd. Het gedenkteken kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 12). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een publicatie op het mededelingenbord op de begraafplaats. De grafbedekking blijft nadat zij is verwijderd, gedurende 12 weken ter beschikking van de nabestaanden als daarom tijdig tevoren is verzocht.