Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.1

Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen.

Onderdeel van Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

1.. Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in: Artikel 3 Drank- en horecawet (drank- en horecavergunning);  Paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en horecawet (zoals dorpshuis, buurthuis, clubhuis of kantine van een sportvereniging) waarvan de horeca in eigen beheer is en niet is verpacht, vallen in beginsel niet onder dit Bibob-beleid) artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (horecaexploitatievergunning); artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (seksinrichting); 2.. Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking in beginsel plaats als zij vallen onder de daartoe aangewezen branche en de daarbij geldende risico-indicatoren: de aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit). De toepassing blijft beperkt tot: Aanvragen met een bouwsom hoger dan € 1.000.000 die vallen onder de volgende risico categorieën, indien het college van Burgemeester en wethouders dit wenselijk acht voor de beoordeling of er een gevaar bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen: horecabedrijven (incl. hotels / pensions / coffeeshops) speelautomatenhallen afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijven mestbedrijven recreatiebedrijven sloopbedrijven autodemontagebedrijven prostitutiebedrijven vuurwerkbranche autohandel (verkoop en verhuur) transportondernemingen bovenstaande opsomming van risicocategorieën is limitatief. De lijst met risicocategorieën kan, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders worden aangepast. In geval van samenloop van een vastgoedtransactie en een aanvraag, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit), kan het college van burgemeester en wethouders ertoe besluiten bij de aanvraag van de omgevingsvergunning geen Bibob-toets uit te voeren, indien naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in verband met de vastgoedtransactie geen Bibob-toets hoeft te worden uitgevoerd, gelet op het bepaalde in artikel 3.1. Indien het college van burgemeester en wethouders reeds een besluit heeft genomen tot het verrichten van de vastgoedtransactie, moet het besluit om geen Bibob-toets uit te voeren bij de aanvraag van de omgevingsvergunning worden geacht te zijn inbegrepen bij het besluit tot het verrichten van de vastgoedtransactie. Onder samenloop van een vastgoedtransactie en een aanvraag, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval de situatie verstaan, waarin de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een onroerende zaak betreft, ten aanzien waarvan de rechtspersoon met een overheidstaak en de aanvrager of de persoon of rechtspersoon, die aan de aanvrager opdracht, last of volmacht heeft gegeven, een vastgoedtransactie voorbereiden of zijn overeengekomen. De Bibob-toets zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van: overheidsinstanties; semi-overheidsinstanties; toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning). door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (b.v. PPS constructies van particuliere ondernemingen en overheid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel