**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren;
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een (mobiele) telefoon, computer of een apparaat waarvan de functies gelijkgesteld kunnen worden aan die van een (mobiele) telefoon of computer;
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**4..** Een naheffingsaanslag van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, moet worden voldaan op de wijze en binnen de termijn zoals vermeld op de op het motorvoertuig achtergelaten aankondiging van beschikking of de toegezonden acceptgiro.
Artikel 8.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2017