Termijnen van betaling
De belastingen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één maand later.
In afwijking van het eerste lid worden, indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet voorkomende aanslag dan wel de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen niet meer dan € 2.500,00 bedragen, de belastingen betaald in acht gelijke termijnen als de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn steeds één maand later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010