Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering parkeerbelastingen 2017

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: belanghebbenden- en dagkaartplaats: een parkeerplaats die: is aangeduid met bord E9 conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990), onder de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’; is gelegen binnen een zone aangeduid met het bord conform model E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, onder de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Doesburg een overeenkomst heeft afgesloten, bestemd voor de registratie van parkeerrechten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren; dagkaart: een schriftelijk bewijs waarmee het is toegestaan te parkeren op belanghebbenden- en dagkaartplaatsen gedurende een aaneengesloten periode van maximaal een kalenderdag; gehandicaptenparkeerkaart: hetgeen hieronder wordt verstaan in het RVV 1990; gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord conform model E6 uit bijlage 1 van het RVV 1990; houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; oplaadpunt elektrisch rijden: parkeerplaats met infrastructuur voor het zichtbaar opladen van elektrische voertuigen. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, [centrale computer], en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; vergunningsjaar: periode van 1 februari tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar;

Rechtspraak bij dit artikel