Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande parkeergarage, terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
Houder:degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, waarbij de omstandigheden bepaald worden door een toets op inschrijving woonadres en geldig kenteken of vrijstelling motorrijtuigenbelasting van de Belastingdienst (onder andere: werknemersvrijstelling, werkgeversvrijstelling, vrijstelling bij kort gebruik in Nederland en vrijstelling op basis van internationaal recht);
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
Artikel 1