Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.2

Beperking bij de compensatieverplichting

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 gemeente Groesbeek.

1.. Een individuele Wmo-voorziening wordt pas dan toegekend zodra blijkt dat een aanwezige algemene voorziening niet of niet voldoende de ondervonden beperkingen compenseert en/of een algemene voorziening niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar is voor de aanvrager. 2.. Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voorzover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen of te verminderen op het gebied van: het voeren van het huishouden, en/of het normale gebruik van de woning, en/of het verplaatsen in en om de woning, en/of het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, en/of het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht waarbij rekening wordt gehouden met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorziening. 3.. Géén voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Groesbeek; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan, of niet meer adequaat is ter compensatie van de beperkingen, als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. voor zover bij of krachtens enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel