Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 18

Subsidievaststelling

Onderdeel van Verordening BI-zone Centrum Beilen 2017

1. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen. 2. De subsidie wordt op een hoger bedrag vastgesteld dan het bedrag van de verlening indien het bedrag van de feitelijke BIZ-bijdragen hoger is uitgevallen. 3. De subsidie wordt op een lager bedrag vastgesteld dan het bedrag van de verlening indien en voor zover: het feitelijke ontvangen bedrag van de BIZ-bijdragen lager is dan waarmee bij de verlening van de subsidie rekening is gehouden (bijvoorbeeld naar aanleiding van oninbaarverklaringen); de Stichting zich niet houdt aan de verplichtingen uit de Uitvoeringsovereenkomst; de activiteiten waarvoor de subsidie gelet op de begroting en het activiteitenplan is verleend, niet zijn uitgevoerd, dan wel; de gelden niet zijn gebruikt voor de activiteiten zoals die zijn vastgelegd in de begroting en het activiteitenplan van het betreffende jaar. 4. Indien sprake is van de situatie bedoeld in lid 2, vindt er een nabetaling plaats, nadat de Stichting heeft laten weten aan welke activiteiten het bedrag van de nabetaling wordt besteed, waarbij het bepaalde in artikel 3 onverkort geldt. 5. Indien sprake is van de situatie bedoeld in lid 3, vordert het college het verleende bedrag terug. Alvorens de terugvorderingsbeschikking te nemen, overleggen partijen over het activiteitenplan van het lopende jaar. 6. Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn wordt opgeschort ingeval noodzakelijke stukken bij de aanvraag ontbreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel