Naar hoofdinhoud
1.. Subsidies tot € 5.000 worden door het college direct vastgesteld. 2.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar minder dan € 50.000: dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in bij het college. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. Het college kan bepalen dat ook andere dan, de in dit lid bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. 3.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000: dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht; de aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). De financiële verantwoording sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend. Verschillen tussen begroting en realisatie worden toegelicht, tenzij deze van geringe betekenis zijn; een accountantsverklaring. De financiële verantwoording wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 BW, waaruit de getrouwheid van deze verantwoording blijkt en tevens tot uitdrukking komt dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. 5.. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast. 6.. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. 7.. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in lid 2 sub a of 3 sub a genoemde tijdstip is ontvangen, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling. 8.. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in lid 7 kan het college de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel