Naar hoofdinhoud
1.. Het college weigert een subsidie te verlenen als: de subsidieaanvraag niet uiterlijk op het daartoe vastgestelde tijdstip is ingediend; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; de aanvrager doelstellingen beoogt, activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde. 2.. Onverminderd de weigeringsgronden in de Awb kan het college een aanvraag voor subsidie verder geheel of gedeeltelijk weigeren als: voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen gelden op de begroting zijn gereserveerd; de aanvrager niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of niet in overwegende mate gericht is op inwoners van de gemeente Weert of op de promotie van de gemeente Weert; de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de activiteit te realiseren; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed aan de activiteit waarvoor de subsidie is bedoeld; er sprake is van de gevallen en voorwaarden als genoemd in artikel 3 en volgende van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB); de verlening de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties als bedoeld in artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager een bezoldiging overeenkomt of overeengekomen is die hoger is dan de maximale bezoldiging als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, dan wel als gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager een uitkering overeenkomt of overeengekomen is die hoger is dan de maximale uitkering als bedoeld in artikel 2.10 van die wet; de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen, of onvoldoende meerwaarde heeft ten opzichte van het bestaande aanbod in de gemeente; het gaat om activiteiten van politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke aard; gegronde reden bestaat aan te nemen dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden niet zullen worden bereikt; de behoefte aan subsidie niet is aangetoond; de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel