De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik
maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen
10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het
inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruik maakt van het perceel;
ingeval gebruik wordt gemaakt van een perceel door de leden
van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van
dat huishouden;
ingeval een gedeelte van een perceel ter gebruik is
afgestaan: degene die dat gedeelte ter gebruik heeft
afgestaan, met dien verstande dat degene die het deel in
gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te
verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
gegeven;
ingeval het ter beschikking stellen van een perceel voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene
die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien
verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft
gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op
degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2017