De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het
belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van
aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk
aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet, tot een uitnodiging tot het doen
van aangifte te verzoeken.
De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een
uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij
gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de
grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten
en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen.
Indien beschikbaar zal de grondslag voor de aanslag als bedoeld in
het voorgaande lid tenminste gelijk zijn aan de grondslag van het
voorgaande belastingjaar.
Artikel 13
Aangifteplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Toeristenbelasting 2017