In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van
het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de
aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het
aantal termijnen tenminste twee en ten hoogste tien bedraagt. De
eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelasting gemeente Oisterwijk 2017