**1..** Het college maakt, naast de verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 54 derde lid, eerste volzin en artikel 58 eerste lid Participatiewet en artikel 25 eerste lid en artikel 17 derde lid IOAW en IOAZ, gebruik van de bevoegdheid tot:
herziening of intrekking als bedoeld in artikel 54, derde lid, laatste volzin Participatiewet of 17, derde lid, laatste volzin IOAW en IOAZ.
intrekking als bedoeld in artikel 54, vierde lid Participatiewet of artikel 17, vierde lid IOAW en IOAZ.
terugvordering als bedoeld in de artikelen 58, tweede lid en 59 Participatiewet alsmede de artikelen 25, tweede lid en 26 IOAW en IOAZ.
bruteren van de vordering, welke is ontstaan door gebruik te maken van de onder a en b genoemde bevoegdheden.
verrekening van inkomsten als bedoeld in 58, vierde lid Participatiewet of 25, vierde lid IOAW en IOAZ.
invordering bij dwangbevel als bedoeld in artikel 60, tweede lid Participatiewet of artikel 28, eerste lid IOAW en IOAZ.
verrekening van de vordering als bedoeld in artikel 60, derde lid Participatiewet of 28, derde lid, IOAW en IOAZ.
verhaal van de kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 61 tot en met 62i Participatiewet.
**2..** In afwijking van het eerste lid, onder c kan het college afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit indien het totaal terug te vorderen bedrag lager is dan € 50,00 (kruimelbedrag) én de terugvordering niet het gevolg is van schending van de inlichtingenplicht.
**3..** In afwijking van het eerste lid, onder d, ziet het college af van het bruteren van de vordering indien:
ten onrechte betaalde belastingen en premies nog kunnen worden verrekend met de afdrachten aan de Belastingdienst en het UWV of
de vordering is ontstaan buiten toedoen van de belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de vordering niet is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2.
Algemene bepaling (hoofdregel)
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Kempengemeenten 2016