**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 60c Participatiewet en artikel 29a IOAW en IOAZ, kan het college op verzoek van de belanghebbende in een schuldhulptraject geheel of gedeeltelijk afzien van invordering indien:
redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Het eerste lid onder a is niet van toepassing indien de vordering wordt gedekt door:
pand of hypotheek op een goed of goederen behoudens voor zover de vordering niet op dat goed of die goederen verhaald kan worden, of
geldleningen bij eigen woning als bedoeld in artikel 50 Participatiewet.
**3..** Het college kan het besluit tot afzien van invordering op grond van het eerste lid intrekken indien de belanghebbende zijn schuld niet zoals afgesproken in de schuldregeling voldoet.
**4..** Het college gaat, zodra de schuldregeling tot stand is gekomen, gedurende het traject van deze schuldregeling, niet over tot enige invordering van de vordering(en) die bij de schuldregeling zijn ingebracht.
**5..** Drie jaren na inwerkingtreding van de schuldregeling verricht het college een onderzoek tot vaststelling of belanghebbende aan de voorwaarden van het schuldhulptraject heeft voldaan, teneinde een besluit te nemen over een eventuele kwijtschelding van de restant vordering.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4.
Kwijtschelding bij schuldenproblematiek
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Kempengemeenten 2016