Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 7.

Aflossingscapaciteit bij uitkeringsgerechtigden

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Kempengemeenten 2016

1.. De aflossingscapaciteit voor de belanghebbende met een Participatiewet-, IOAW- of IOAZ-uitkering, bedraagt bij een niet-fraudevordering 6% van de voor hem geldende bijstandsnorm danwel bruto grondslag IOAW- of IOAZ-uitkering inclusief vakantiegeld, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge artikel 475d Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. 2.. In afwijking van het eerste lid stemt het college bij een niet-fraudevordering in met een betalingsregeling voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt. 3.. De aflossingscapaciteit voor de belanghebbende met een Participatiewet-, IOAW- of IOAZ-uitkering bedraagt bij een fraudevordering 10% van de voor hem geldende bijstandsnorm danwel bruto grondslag IOAW- of IOAZ-uitkering inclusief vakantiegeld, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge artikel 475d Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen.

Rechtspraak bij dit artikel