Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse educatie Berkelland 2017

1.. In deze regeling wordt verstaan onder: a.Doelgroepkind: een kind dat een achterstand opgelopen heeft of dreigt op te lopen in de taalontwikkeling; Het consultatiebureau bepaalt/indiceert of er sprake is van een doelgroepkind. Kinderopvang:voorziening waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dagopvang gedurende één of meerdere dagdelen per week plaatsvindt voor kinderen vanaf nul jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs. Peuteropvang: een aanbod voorschoolse opvang voor peuters van 2 tot 4 jaar van maximaal 2 dagdelen per week gedurende maximaal 40 weken per jaar. Peutergroep: een groep voor kinderen van 2 jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs. Deze kinderen zijn tenminste twee dagdelen per week in de peuter- of kinderopvang, waarbij het doel is de sociale, creatieve, educatieve ontplooiing (waaronder taalontwikkeling) en de motorische ontwikkeling van het kind in nauw overleg met de ouder/opvoeder te bevorderen. Dit door middel van spel en omgang met leeftijdsgenoten. Voorschoolse educatie: activiteiten voor een peutergroep die op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling stimuleren op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling en die verzorgd worden door een organisatie die werkt met peutergroepen. Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur. De voorschoolse educatie moet voor tenminste 40 weken per jaar worden aangeboden aan het doelgroepkind. Vereist taalniveau: pedagogisch medewerkers in de voorschoolse educatie moeten voor mondelinge en leesvaardigheden voldoen aan niveau 3F. Schriftelijke vaardigheden mogen worden beheerst op niveau 2F. 3F en 2F staan respectievelijk voor Fundamentele kwaliteit op niveau 3 en niveau 2.

Rechtspraak bij dit artikel