Voor een financiële tegemoetkoming komt in aanmerking de persoon van
18 jaar of ouder, die gedurende de referteperiode aangewezen is
geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de geldende
norm, zoals opgenomen in artikel 1, onder f, van deze verordening,
en geen in aanmerking te nemen vermogen, zoals opgenomen in artikel
1, onder g, van deze verordening, heeft.
Bij het vaststellen van het vermogen wordt van het saldo op de
lopende rekening een bedrag vrijgelaten in verband met lopende
uitgaven ter hoogte van:
Gehuwden € 1850,00
Alleenstaande ouder € 1650,00
Alleenstaande van 23 jaar of ouder € 1300,00
Alleenstaande van 22 jaar € 1100,00
Alleenstaande van 21 jaar € 950,00
Alleenstaande van 18-21 jaar, uitwonend € 950,00
Alleenstaande van 18-21 jaar, thuiswonend € 350,00
3.De tegemoetkoming geldt voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en
gehuwden/samenwonenden en hun ten laste komende kind(eren) tot 18 jaar en
geldt voor ieder gezinslid afzonderlijk.