Naar hoofdinhoud
De resultatenmatrix kent vaste domeinen, hoofd- en subresultaten om de te bereiken resultaten van de inwoner te omschrijven. Om de zwaarte en intensiteit van de ondersteuning binnen de resultatenmatrix te duiden gebruiken we interventieniveau’s. Deze worden verderop toegelicht. Domeinen In de resultatenmatrix worden vier domeinen onderscheiden. Deze domeinen komen voort uit de Jeugdwet en de Wmo. Te weten veilig (V), zelfredzaam (Z), meedoen (M) en gezond (G). Hoofdresultaten De vier domeinen zijn onderverdeeld in een aantal hoofdresultaten. Deze zijn afgeleid van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) van de GGD Amsterdam. Subresultaten De subresultaten zijn ontwikkeltredes van volledige ondersteuning naar zelfredzaamheid. De tredes gaan veelal van c naar a. Bij subresultaat c gaat het dan om het voorkomen van het verslechteren van een situatie, terwijl de inwoner bij subresultaat a de meest zelfredzame situatie bereikt. Eenvoudige diagnostiek (D1) Voor de toegangsmedewerker bestaat de mogelijkheid om eenvoudige diagnostiek aan te vragen, voordat een jeugdige door wordt verwezen naar een specifieke zorgaanbieder. Het gaat dan om eenvoudige diagnostiek om te bepalen op welk resultaatgebied of interventieniveau uitvraag gedaan moet worden bij een aanbieder. Randvoorwaarden - Eenvoudige diagnostiek wordt alleen ingezet op verzoek van de toegangsmedewerker indien niet duidelijk is welke hulp de jeugdige dient te ontvangen. - Het betreft noodzakelijk geachte diagnostiek om juiste interventies te bepalen. Dit kan zowel ondersteuning uit de resultaatgebieden zijn, maar ook vanuit andere wetten zoals bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg. - Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de beoordeling van veiligheid en de ondersteuning ervan al heeft plaatsgevonden en dat dit aspect in het gezin stabiel of op orde is. - Eenvoudige diagnostiek is snel beschikbaar en laagdrempelig in de buurt van de jeugdige georganiseerd. Als de situatie daarom vraagt, werken de verschillende aanbieders samen. - Het diagnostisch traject omvat een advies voor het in te zetten resultaatgebied, zodat een adequaat en integraal resultatenplan kan worden opgesteld. - Deze uitvraag heeft uitsluitend betrekking op jeugd. De medische indicatiestelling voor andere onderdelen in het sociaal domein valt hier buiten. Hoofdresultaten V1 Veilige huiselijke relatie Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners in geval de huiselijke relatie niet op orde is. Er is sprake van huiselijk geweld in welke vorm dan ook of verwaarlozing, dan wel een dreiging daartoe. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM): De huisgenoten communiceren open met elkaar. Huisgenoten ondersteunen elkaar. Randvoorwaarden Dit resultaat is niet van toepassing als er kinderen betrokken zijn. De focus op veiligheid bij kinderen is verweven in alle ondersteuning en hulp in de gehele jeugdhulpketen (van preventief tot specialistische hulp). Specifieke interventies op veiligheid rond kinderen, de veiligheid van het kind (in het systeem), wordt op een andere wijze georganiseerd onder andere via Jeugdbeschermings- en Jeugdreclasseringmaatregelen, Spoed voor Jeugd, Veilig Thuis en crisisopvang. V2 Veilig wonen Veilig wonen richt zich op volwassenen met psychiatrische problematiek. Het resultaat is (tijdelijke) veilige en toereikende huisvesting in een beschermde omgeving. Na een gesprek met de Toegang vindt verdere besluitvorming en afhandeling plaats door centrumgemeente Assen. Z1 Zelfstandig wonen Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners gericht op het groeien naar zelfstandige huisvesting en behouden van deze huisvesting. Randvoorwaarden • Ambulante begeleiding gericht op subresultaten a, b en d gebeurt vanuit een zelfstandige woonsituatie van inwoner. Mogelijke interventieniveaus zijn 4, 5 en 6. • Voor Z1d (Voorkomen dat inwoner naar een beschermde woonomgeving moet of niet meer zelfstandig kan wonen of dakloos wordt) kan het nodig zijn om inwoner naast begeleiding een tijdelijk vangnet intramuraal veilig wonen te bieden (zie V2), het uitgangspunt in een situatie als deze is dat dit maximaal 6 weken duurt. • Z1c (Inwoner is voorbereid om vanuit een intramurale setting zelfstandig te wonen met ondersteuning) is een zelfstandigheidstraining voor de jeugdige. Het betreft zorg op maat bij het leren een zelfstandig leven op te bouwen. Zelfstandigheidstraining of begeleid kamerwonen kan op de locatie van aanbieder, dan wel een door de aanbieder te organiseren locatie dichter bij de eigen leefomgeving. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft veilige en toereikende huisvesting. Dat wil zeggen een (huur)contract en zelfstandige huisvesting. Z2 Financiën op orde Hieronder valt ambulante begeleiding van de inwoners ingeval de financiële situatie niet op orde is. Er is bijvoorbeeld sprake van schuldenproblematiek, onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgavenpatroon. Randvoorwaarden • Het verwerven van inkomen maakt geen onderdeel uit van dit resultaat. • Subresultaat c (Schulden zijn stabiel en uitgavenpatroon is passend bij de situatie) moet altijd in overleg met de GKB, waarbij de taken duidelijk worden verdeeld. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is financieel zelfredzaam en kan het geld goed beheren. Veel van deze subresultaten kunnen behaald worden door de inzet van sociaal netwerk, vrijwilligers, algemene voorzieningen of bewind voering. Z3 Omgang met instanties op orde Dit betreft ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van een onvoldoende beeld welke instanties er zijn, wat je er mee moet doen en hoe ze te benaderen. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner weet voldoende van welke instanties waarvoor ze zijn en hoe ze te benaderen. De inwoner heeft daar geen hulp bij nodig. Z4 Activiteiten dagelijks leven op orde Dit betreft ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van onvoldoende mogelijkheden om de dagelijkse activiteiten in het leven zelfstandig te organiseren. Voor de zelfredzaamheid zijn de volgende algemene dagelijkse levensverrichtingen van belang: - In en uit bed komen - Aan- en uitkleden - Bewegen - Lopen - Gaan zitten en weer opstaan - Lichamelijk hygiëne - Toiletbezoek - Eten/drinken - Medicijnen innemen - Ontspanning - Sociaal contact Randvoorwaarden • In de ZRM wordt gesproken over zelfzorg en complexe activiteiten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan aankleden, iets te eten maken, de post openmaken of de boodschappen doen. • Voor jeugdigen tot 18 jaar valt onder dit resultaat tevens ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging op grond van de Jeugdwet. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden. M1 Arbeidsmatige dagbesteding Arbeidsmatige dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Het betreft activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de inwoner en daarmee werkervaring op te doen. Er is sprake van het ontbreken van structuur en/of het hebben van de behoefte aan het invullen van een dagritme. De inwoner is vanwege beperkingen (nog) niet in staat om regulier werk te verrichten. Arbeidsmatige dagbesteding is bedoeld om structuur te geven aan de dag en als dat mogelijk is de mogelijkheden om te werken te vergroten door vaardigheden aan te leren. Randvoorwaarden • Arbeidsmatige dagbesteding vindt in beginsel plaats op locatie van de aanbieder. Er is geen sprake van loonvormende arbeid. • Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op dit resultaatgebied. • Indien arbeidsmatige dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag dit vrijwilligerswerk buiten de locatie van aanbieder plaatsvinden. • Indien arbeidsmatige dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid. • Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat. • Indien nodig maakt vervoer onderdeel uit van de maatwerkvoorziening. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is in staat om regulier werk (met ondersteuning) te verrichten. M2 Educatieve dagbesteding Educatieve dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Educatieve dagbesteding is bedoeld om de talenten en vaardigheden van de inwoner te ontwikkelen en/of de sterke en minder sterke kanten van zichzelf te accepteren. Het betreft activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, aangepast aan mogelijkheden en interesse van de inwoner, waaronder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten. De inwoner is vanwege beperkingen (nog) niet in staat om zelfstandig vrijwilligerswerk of onderwijs te volgen. Hiermee wordt structuur gegeven aan de dag en als dat mogelijk is de mogelijkheden om te werken te vergroten. Randvoorwaarden • Dit resultaat kan onderwijs vervangend worden ingezet voor jeugdigen, mits hierdoor geen strijd ontstaat met de Leerplichtwet. • Indien educatieve dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid. • Dit resultaat kan voor inwoners ingezet worden als opmaat naar een reguliere (beroeps)opleiding en dient niet als vervanging van een reguliere (beroeps)opleiding. • Kosten van een reguliere (beroeps)opleiding maken geen onderdeel uit van dit resultaatgebied. • Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op dit resultaatgebied. • Dit resultaat kan voor inwoners ingezet worden als opmaat naar arbeidsmatige dagbesteding. • Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is in staat om zelfstandig vrijwilligerswerk te verrichten of een opleiding te volgen. M3 Dagbesteding Dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat. Er is sprake van het ontbreken van structuur en/of het hebben van de behoefte aan het invullen van een dagritme. De inwoner kan door bijvoorbeeld een handicap, leeftijd of ziekte of een combinatie van problematiek (nog) niet participeren, werken of naar school gaan. Bovendien is dit resultaat gericht op het ontlasten van de thuissituatie. Randvoorwaarden • Het gaat bij dit resultaat om ondersteuning bij een zinvolle invulling van de dag, • Dit resultaat is voor jeugdigen bijvoorbeeld ingericht door op woensdagmiddag en/of in het weekend gebruik te maken van de opvang bij bijvoorbeeld een zorgboerderij. • Het gaat bij dit resultaat om het bieden van daginvulling in een veilige en adequate omgeving die bij de beperking of problematiek van de inwoner past. • Dit resultaat sluit aan bij ‘dagbesteding’ en/of ‘maatschappelijke participatie’ in de ZRM. • Begeleiding op de groep en verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat. • Dit resultaat kan aangevuld worden met een ander resultaatgebied in het geval dat er individuele begeleiding ingezet moet worden tijdens de educatieve dagbesteding. • Vervoer kan onderdeel uit maken van de maatwerkvoorziening. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft een zinvolle invulling van de dag. M4 Sociaal netwerk/Logeren (Ambulante) begeleiding van de inwoners ingeval het sociaal netwerk niet op orde is. Er is geen of weinig steun van familie en vrienden, er zijn nauwelijks contacten buiten de deur. De inwoner trekt zich passief of actief terug. Onder de te behalen resultaten wordt onder andere gerekend dat de inwoner wordt herkend en erkend door zijn omgeving de omgeving van de inwoner kan omgaan met (de beperking of gedragsproblematiek van) de inwoner; de inwoner op de hoogte is van contacten in zijn leefomgeving en daar gebruik van maakt; de inwoner in staat is zijn sociaal netwerk te ontwikkelen en te onderhouden Randvoorwaarden • De begeleiding richt zich niet uitsluitend op het individu maar ook op de andere leden van het systeem waar het individu deel van uitmaakt. • Ook logeren is onderdeel van dit resultaat (subresultaat d, interventieniveau 8). Van belang is dat begeleiding en verzorging onderdeel uitmaken van dat resultaat. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is een gezond sociaal netwerk en inwoner ondervindt steun van dit sociaal netwerk. M5 Maatschappelijke participatie Ambulante begeleiding van de inwoner ingeval de inwoner niet of nauwelijks participeert in de maatschappij. Er is ofwel gebrek aan motivatie, ofwel gebrek aan sociale vaardigheden om deel te nemen aan de maatschappij. Randvoorwaarden • Indien maatschappelijke participatie wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner participeert actief in de maatschappij. G1 Gezondheid (begeleiding) Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de inwoner. De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de inwoner en de inwoner leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. G1 Gezondheid (behandeling alleen voor jeugdigen) Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. De jeugdige kan ten behoeve van de behandeling voor korte of langere tijd intramuraal worden opgenomen. Randvoorwaarden • Dit resultaatgebied kent twee vormen: - behandeling regulier; - behandeling kort intensief. • Behandeling kort intensief is gepositioneerd onder interventieniveau 4 en duurt maximaal 3 maanden. Er vindt gemiddeld ten minste 1 gesprek per week plaats. • De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. • Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. • Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Onder veiligheid verstaan we de inkoop van een aantal voorzieningen die betrekking hebben op veiligheid, namelijk: Veilig Thuis, de Jeugdreclassering en de Jeugdbescherming, Spoed voor Jeugd en crisisopvang. Deze taken zijn in Drenthe gezamenlijk gecontracteerd. • Daghulp: het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling sluiten zoveel als mogelijk op elkaar aan. • Voorwaarden Verblijf met bed: - er is sprake van een intensieve verstoring in het psychiatrische ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), ernstige beperking in de sociale redzaamheid en/of ernstige gedragsproblemen waardoor er een noodzaak is tot (crisis-)opname om de zorg te kunnen leveren. Permanente begeleiding is noodzakelijk; - dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied; - behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied. Er dient sprake te zijn van een behandelperspectief; - er is sprake van een evidence based behandelmethodiek; - de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden succesvol op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is daarom tijdelijk en vaak onderdeel van een traject. G1 Gezondheid Medicatiecontrole (alleen voor jeugdigen) Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Randvoorwaarden • Dit resultaat betreft laagfrequente controle van het gebruik van medicatie voor een psychische beperking van de jeugdige. • Dit resultaatgebied wordt uitsluitend ingezet indien de behandeling is afgerond. In andere gevallen maakt de medicatiecontrole onderdeel uit van het resultaatgebied dat bij het behandeltraject hoort. • Dit resultaatgebied wordt toegekend voor de duur van één jaar. G2 Verslaving ( begeleiding) De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de verslavingsproblematiek in brede zin. De inwoner leert omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik. G2 Verslaving ( behandeling alleen voor jeugdigen) Bij jeugdigen betreft het behandeling van verslavingsproblematiek in brede zin. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Randvoorwaarden • De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. • Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. • Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Onder veiligheid verstaan we de inkoop van een aantal voorzieningen die betrekking hebben op veiligheid, namelijk: Veilig Thuis, de Jeugdreclassering en de Jeugdbescherming, Spoed voor Jeugd en crisisopvang. Deze taken zijn in Drenthe gezamenlijk gecontracteerd. • Daghulp: Het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling sluiten zoveel als mogelijk op elkaar aan. • De inkoop van ‘Verblijf met bed’ maakt geen onderdeel uit van dit resultaat. De contractering vindt bovenregionaal plaats. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik. G3 Gezond opgroeien/opvoeden (voor jeugdigen) Dit resultaatgebied heeft betrekking op de ondersteuning van zowel de ouders als de jeugdige. Het gaat om (ambulante) behandeling of begeleiding van de jeugdige en/of de ouders als er behoefte is aan opvoedingsondersteuning van de ouders of behandeling/begeleiding van de jeugdige met gedragsproblematiek. Randvoorwaarden • De ondersteuning richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt. • Daghulp: het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling worden zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind. • Voorwaarden Verblijf met bed: - Er kunnen meerdere redenen zijn waarom Verblijf met bed aan de orde is. o Er kan sprake zijn van complexe en meervoudige problemen die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan thuis of in een pleeggezin geboden kan worden, en waarvoor de begeleiding zoals de zelfstandigheidstraining die kent onvoldoende is. o Of het kan zinvol zijn om de jeugdige tijdelijk uit zijn context te halen en elders te verblijven. Dit tijdelijke verblijf kan ook in het buitenland zijn. - Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied. - Er is sprake van een evidence based behandelmethodiek. - Het verblijf is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden succesvol op te groeien, danwel binnen een gezinsvervangende vorm zoals pleegzorg of een gezinshuis. Verblijf in de 24-uurs setting is daarom tijdelijk en vaak onderdeel van een traject. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. G4  Dyslexie Dit resultaatgebied heeft betrekking op diagnosestelling en behandeling van dyslexie. De behandeling is gericht op het vergroten van leesvaardigheid, het opheffen of verminderen van de beperking, het omgaan met de beperking en het voorkomen van nadelige gevolgen ervan. Randvoorwaarden • Slechts indien sprake is van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) kan er sprake zijn van behandeling van dyslexie. - De voorwaarden en zorgroute zoals die voor de dyslexiezorg golden blijven van toepassing Dit is verwoord in het document ‘Dyslexiezorg in Drenthe’ versie mei 2016. - Dyslexiezorg is beschikbaar voor kinderen tot en met 13 jaar. - Dyslexiezorg is vormgegeven conform het geldende protocol ‘Dyslexie Diagnostiek & Behandeling versie 2.0’ uit 2013. - De diagnose valt binnen interventieniveau 4. - De behandeling EED valt binnen interventieniveau 5. - Voortraject: basisscholen in Drenthe dragen zorg voor de begeleiding en ondersteuning van leerlingen met lees- en spellingsproblemen. Zij doen dit vanuit de protocollen leesproblemen en dyslexie (masterplan Dyslexie) en geven dit vorm volgens het onderwijscontinuüm waarbij begeleiding van kinderen met leesproblemen op 4 zorgniveaus wordt uitgevoerd. - Verwijzing en diagnose: mocht naar aanleiding van de uitgevoerde protocollen (testresultaten) blijken dat de problematiek zodanig is dat inzet op zorgniveau 3 niet meer toereikend is, dan heeft de school of het schoolbestuur (afhankelijk van de keuze die schoolbesturen maken) de mogelijkheid om, in overleg met ouders, de leerling aan te melden voor gespecialiseerd zorgaanbod om een diagnose uit te voeren gericht op het vaststellen van EED. - Diagnose en behandeling: mocht er na de diagnose gestart worden met een behandeling dan vindt er tijdens de behandeling afstemming plaats tussen behandelaar en school, zodat ondersteuning en begeleiding vanuit school afgestemd kan worden op de behandeling. Wanneer na de diagnose blijkt dat er geen sprake is van EED vindt er eveneens een terugkoppeling plaats richting de school waarbij gekeken wordt welke andere ondersteuning, begeleiding mogelijk vanuit school gewenst is. In beide gevallen gebeurt dit uiteraard in afstemming met ouders. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De jeugdige is in staat om zelfstandig met zijn beperkingen vanwege dyslexie in het dagelijks functioneren om te gaan. Artikel 3. Interventieniveau’s Naast de hoofd- en subresultaten gebruiken gemeenten interventieniveaus om de intensiteit van de ondersteuning aan te duiden. De interventieniveaus maken het mogelijk om het op- en afschalen van ondersteuning te kunnen monitoren. Niveau 1-3 De toegang is in de uitvoering verantwoordelijk voor informatie, advies, preventie en vrij toegankelijke lichte vormen van ondersteuning. Niveau 4 ambulant, generalistisch Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op een mild enkelvoudig probleem/ondersteuning op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een mild enkelvoudig probleem in een leefgebied Het betreft enkelvoudige problematiek of laagfrequente ondersteuning Niveau 5 ambulant, specialistisch Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op een ernstig enkelvoudig probleem of meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een ernstig enkelvoudig probleem in een leefgebied of gericht op meerdere leefgebieden of  meervoudige problematiek Niveau 6 ambulant, intensief specialistisch Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op complexe meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige, waarbij de verschillende probleemgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld) Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op complexe meervoudige problematiek, waarbij de problematiek op de verschillende leefgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld) De complexiteit vloeit voort uit een combinatie van onderstaande factoren: - er is sprake van meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden die elkaar negatief beïnvloeden; - de problematiek is diffuus; - de inwoner is niet in staat of bereid om de ondersteuningsvraag te formuleren (onwil dan wel onmacht); - de sociale omgeving/gezin is niet in staat of bereid om mee te werken. De ondersteuning is kortdurend en gericht op het stabiliseren van de situatie. Niveau 7 daghulp Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op dagbehandeling, dagdeelbehandeling, dag-begeleiding of dagbesteding Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op dagbesteding de complexe meervoudige problematiek raakt het hele gezin. De ondersteuning wordt hoofdzakelijk buitenshuis geboden gedurende een dag of dagdeel in de vorm van daghulp of dagbesteding. Niveau 8 Verblijf met bed Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op (deeltijd) verblijf met bed in een residentiële voorziening, met of zonder behandeling of ondersteuningsvraag jeugdige gericht op pleegzorg Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op (deeltijd) verblijf met bed binnen een 24-uurssetting met begeleiding en/of toezicht De ondersteuning wordt buitenshuis geboden gedurende 24 uur per dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel