**a..** De conclusie(s) van de adviseur moet(en) aansluiten op zijn bevindingen en mag (mogen) daar zeker niet mee in tegenspraak zijn.
**b..** Het advies wordt ondertekend door de adviseur zelf en eventueel (ook) door de adviseur (meestal een arts) onder wiens verantwoordelijkheid het advies tot stand is gekomen.
**c..** Het advies moet vermelden dat de strekking ervan is verteld aan de cliënt en of deze zich daarin kan vinden.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.12