**a..** Cliënt is in staat zichzelf te verzorgen (denk aan eten en drinken)
**b..** Cliënt draagt schone kleding
**c..** Cliënt ziet er in het algemeen verzorgd uit (zich wassen)
**d..** Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3
Artikel 6.17