Iedereen moet gebruik kunnen maken van schone en draagbare kleding. Bij het wassen gaat het uitsluitend over het sorteren, wassen en drogen en wegleggen van de normale kleding voor alledag en overig textiel. En in bepaalde situaties het strijken van de normale kleding voor alledag. Hierbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken wordt. Er worden geen lakens, theedoeken, zakdoeken, ondergoed, etc. gestreken.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3
Artikel 6.22