Bij het onderzoek naar de goedkoopst passende bijdrage is het noodzakelijk de vervoersbehoefte van de cliënt vast te stellen. Deze behoefte wordt onderzocht aan de hand van de volgende kenmerken:
verplaatsingsgedrag;
het verplaatsingsmotief (waarom); en
de verplaatsingsbestemming (waarheen).
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 3
Artikel 8.10