Het gaat dan om personen die, hoewel zij maatschappelijke ondersteuning bieden, toch niet als beroepskracht worden aangemerkt. Dat heeft betrekking op het feit dat deze personen niet beroepshalve zijn aangewezen op het bieden van maatschappelijke ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan een student met een bijbaan. Hier kan ook een persoon uit het sociale netwerk toe behoren. Het college beoordeelt of er sprake van verlies aan inkomsten. Dit is het geval wanneer deze persoon behoort tot de beroepsbevolking en door de te bieden ondersteuning minder uren kan deelnemen aan de arbeidsmarkt. Er is in ieder geval geen sprake van inkomstenverlies wanneer deze persoon een uitkering ontvangt.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 3
Artikel 9.14