1.De cliënt is op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat tot een redelijke waardering van belangen aangaande de aan het pgb verbonden taken en in staat is deze op een verantwoorde manier uit te voeren.
Het college beoordeelt of de cliënt - al dan met hulp van anderen - hiertoe in staat is. Daarvoor kan het college in ieder geval de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking nemen:
het beheersen van de Nederlandse taal;
de mate van beperkingen (licht, matig, zwaar) op het terrein van:
sociale redzaamheid
probleemgedrag
psychisch functioneren
geheugen- en oriëntatiestoornissen;
het vermogen om een overeenkomst op te stellen of aan te gaan met degene aan wie het pgb wordt besteed;
het vermogen om de degene, aan wie het pgb wordt besteed, aan te sturen bij de te bieden maatschappelijke ondersteuning;
in geval het risico bestaat dat er beslag wordt gelegd op het pgb, dan wordt niet voldaan aan de hier bedoelde voorwaarde;
indien van toepassing: wie de cliënt heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. Het college stelt aan deze persoon dezelfde eisen als aan de cliënt.
Vertegenwoordiger
Artikel 1.1.1 tweede lid van de wet bepaalt wat onder een vertegenwoordiger wordt verstaan. Dat kan dus een persoon zijn die de cliënt kan ondersteunen bij de voorwaarden die gelden voor het recht op een persoonsgebonden budget. Als een curator, mentor of gevolmachtigde ontbreekt, kunnen ook als vertegenwoordiger optreden:
echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de cliënt; dan wel (als deze ontbreekt);
diens ouder, kind, broer of zus.
Deze personen kunnen echter niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het college in voorkomende gevallen onderzoeken.
2.De cliënt stelt zich voldoende gemotiveerd op het standpunt waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen
Het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de cliënt. Bij dat verzoek weet de cliënt voldoende te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen. Het college stelt geen bijzondere eisen aan de motivatie.
3.Er is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.
In artikel 3.1 lid 1 van de wet staat dat een maatwerkvoorziening in elk geval:
veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt;
afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt;
wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
verstrekt wordt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 2
Artikel 9.3