Het college kan een vergunning geheel of gedeeltelijk wijzigen, schorsen of intrekken indien:
**a..** ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
**b..** dit naar het oordeel van het college in het belang van de kwaliteit van taxivervoer noodzakelijk is, onder andere vanwege veranderde wetgeving of gewijzigde omstandigheden of inzichten;
**c..** de houder geen gebruik maakt van de vergunning binnen de daarin genoemde termijn of bij ontbreken daarvan binnen een redelijke termijn;
**d..** de vergunning is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift, of indien;
**e..** de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nagekomen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 1.5
Algemene gronden voor wijziging, schorsing of intrekking
Onderdeel van Taxiverordening Amsterdam 2012