Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Taxiverordening Amsterdam 2012

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Aanbieden van taxivervoer: het zich met de auto waarmee taxivervoer wordt verricht, op de door de gemeenteraad aangewezen delen van de openbare weg bevinden met het kennelijke doel van vervoerder of bestuurder consumenten te werven ten behoeve van taxivervoer, daaronder mede begrepen de situatie dat naar oordeel van het college niet aannemelijk kan worden gemaakt dat sprake is van taxivervoer op de bel- of contractmarkt (ook wel genoemd de opstapmarkt); Aangeslotene: vervoerder of chauffeur welke overeenkomstig de bij of krachtens deze verordening gestelde regels bij een TTO is aangesloten; Auditorganisatie:een organisatie die auditactiviteiten uitvoert op basis van de verordening en die door het college is geaccepteerd voor het uitvoeren van audits en waarvoor de acceptatie geldig is ten tijde van het uitbrengen van het auditrapport; Chauffeur: bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht; College: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; Keycard: een door het college afgegeven toegangspas voor een door het college met slagbomen of andere middelen omheinde taxistandplaats; Klacht: een geschreven of ongeschreven uiting van ongenoegen of ontevredenheid van een consument of een derde over de kwaliteit van taxivervoer van een chauffeur, vervoerder en/of TTO; Taxxxiraamkaart: bewijs van de verleende Taxxxivergunning; Taxxxivergunning: vergunning voor een chauffeur als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van deze verordening; TTO (Toegelaten Taxi Organisatie): een organisatorisch verband als bedoeld in artikel 82b van de wet; TTO-vergunning: vergunning voor een TTO als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van deze verordening; Wet: Wet personenvervoer 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel