In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
Aanbieden van taxivervoer: het zich met de auto waarmee
taxivervoer wordt verricht, op de door de gemeenteraad aangewezen
delen van de openbare weg bevinden met het kennelijke doel van
vervoerder of bestuurder consumenten te werven ten behoeve van
taxivervoer, daaronder mede begrepen de situatie dat naar oordeel
van het college niet aannemelijk kan worden gemaakt dat sprake is
van taxivervoer op de bel- of contractmarkt (ook wel genoemd de
opstapmarkt);
Aangeslotene: vervoerder of chauffeur welke
overeenkomstig de bij of krachtens deze verordening gestelde regels
bij een TTO is aangesloten;
Auditorganisatie:een organisatie die auditactiviteiten
uitvoert op basis van de verordening en die door het college is
geaccepteerd voor het uitvoeren van audits en waarvoor de acceptatie
geldig is ten tijde van het uitbrengen van het auditrapport;
Chauffeur: bestuurder van een auto waarmee taxivervoer
wordt verricht;
College: het college van burgemeester en wethouders van
Amsterdam;
Keycard: een door het college afgegeven toegangspas voor
een door het college met slagbomen of andere middelen omheinde
taxistandplaats;
Klacht: een geschreven of ongeschreven uiting van
ongenoegen of ontevredenheid van een consument of een derde over de
kwaliteit van taxivervoer van een chauffeur, vervoerder en/of
TTO;
Taxxxiraamkaart: bewijs van de verleende
Taxxxivergunning;
Taxxxivergunning: vergunning voor een chauffeur als
bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van deze verordening;
TTO (Toegelaten Taxi Organisatie): een organisatorisch
verband als bedoeld in artikel 82b van de wet;
TTO-vergunning: vergunning voor een TTO als bedoeld in
artikel 2.3, tweede lid, van deze verordening;
Wet: Wet personenvervoer 2000.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Taxiverordening Amsterdam 2012