De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop
van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Voor de toepassing van het vierde lid wordt het totaal van op één
aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
belastingbedrag.
Artikel 10
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing Zwijndrecht 2017