De belasting voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen wordt
geheven naar een vast bedrag per perceel;
De belasting voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen
wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het
perceel wordt afgevoerd.
Voor de bepaling van de maatstaf van de heffing is voor percelen
zijnde, verpleegtehuis, gezinsvervangend tehuis,
(schippers)internaat, tehuis voor personen met een lichamelijke of
verstandelijke beperking, verzorgingstehuis, bejaardentehuis,
kindertehuis of gevangenis lid 2 van toepassing.
Het aantal kubieke meters water als bedoel in het tweede lid wordt
gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat
in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van
twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
is afgevoerd.
Indien een perceel als bedoeld in het tweede lid niet is voorzien
van een watermeter wordt de hoeveelheid water gesteld op 250
m³.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing Zwijndrecht 2017