Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening 2017

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per taakveld. 2.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.. Het college informeert de raad als ze verwacht dat: de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met 10% of meer, middels een voorstel tot begrotingswijziging; de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met € 50.000 of meer, middels een voorstel tot begrotingswijziging; de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden met 20% of meer, middels een nieuw voorstel voor autorisatie van het gewijzigd investeringskrediet; de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden met € 100.000 of meer, middels een nieuw voorstel voor autorisatie van het gewijzigd investeringskrediet. 4.. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel