**1.** Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan
degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. In overleg met de
beheerder kunnen ook nabestaanden van de overledene hierbij aanwezig
zijn.
**2.** Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en
het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus,
al dan niet met urn, in een ander particulier graf op de
begraafplaats, geschiedt uitsluitend door de daartoe door het
college aangewezen personen.
Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en
sluiten van het graf
De rechthebbende of belanghebbende, die wil doen begraven,
een asbus wil doen bijzetten of as wil verstrooien, geeft
daarvan uiterlijk om 12.00 uur op de werkdag voorafgaande
aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal
plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder op het
daarvoor bestemde formulier. De zaterdag, zondag en algemeen
erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van
deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester
toestemming heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het
overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
zo tijdig mogelijk worden gedaan.
De kist met daarin het lichaam van de overledene of een
ander lijkomhulsel dient bij aankomst op de begraafplaats te
zijn voorzien van een registratienummer.
Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de houder van
de begraafplaats de identiteit van het lijk heeft
vastgesteld door vergelijking van het op de kist of ander
lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat, vermeld op
een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en
geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van
de levenloosgeborene bevat.
Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen
van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het
bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door
het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder
toezicht van de beheerder.
De nabestaanden kunnen de werkzaamheden onder lid 4. onder
toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf
verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00
uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk
aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze
werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
De zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en
gedenkdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet
als werkdag.
Artikel 8 Gebouwen en muziekinstallatie
Niet van toepassing
Artikel 9 Over te leggen stukken
1 Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het
verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan
de beheerder.
2Indien de begraving of de bezorging van as in een
particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging
daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend
door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door
degene die in de uitvaart voorziet.
3 De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de
overgelegde stukken.
4 Begraving in een particulier graf waarvan de
uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige
verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaren. De kosten
van deze verlenging wordt bij de rechthebbende van het graf
in rekening gebracht.
Artikel 10 Tijden van begraven en
asbezorging
1De tijd van begraven en het bezorgen van as is dagelijks
mogelijk van 09:00 uur tot 16:00 uur, met uitzondering van
zondagen en algemeen erkende feestdagen.
2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen
van deze tijden afwijken.
Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte der graven
Artikel 11 Indeling graven en asbezorging
1 Op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Boekel kunnen
worden uitgegeven:
particuliere graven;
particuliere urnengraven;
particuliere urnennissen;
algemene graven.
In een particulier graf kan maximaal één lijk worden
begraven.
Aan de rechthebbende van een reeds bestaand particulier graf
wordt de mogelijkheid geboden om in dit graf asbus(sen) met
of zonder urn bij te laten zetten (begraven). In deze
situatie wordt afgeweken van het bepaalde in lid 2.
In een particuliere urnennis of particulier urnengraf is het
toegestaan maximaal drie asbussen met of zonder urn te
plaatsen, indien dit gezien de afmetingen van de nis of het
graf en de urnen mogelijk is.
Artikel 12 Aantal overledenen in algemene graven
In algemene graven mag maximaal één lijk worden
begraven.
Artikel 13 Volgorde van uitgifte
De particuliere graven worden slechts voor directe
begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. De
volgorde van ligging wordt bepaald door de beheerder
van de begraafplaats.
Het college behoudt zich het recht voor een
particulier graf toe te wijzen anders dan voor
directe begraving en buiten de volgorde van
uitgifte, indien dit gezien de situatie op de
begraafplaats niet bezwaarlijk is.
Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te
reserveren. Uitzonderingen hierop worden aangegeven
in art 16.
Artikel 14 Categorieën
Voor het begraven van clerici en kinderen beneden de
leeftijd van 12 jaren wordt door het college een
afzonderlijk gedeelte van de begraafplaats
aangewezen.
Voor het begraven van asbussen met of zonder urn
wordt door het college een afzonderlijk gedeelte van
de begraafplaats aangewezen.
Artikel 15 Termijnen particuliere graven
Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde
ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een
daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag,
voor de tijd van twintig jaren het recht op een
particulier graf. De termijn begint te lopen op de
datum waarop het grafrecht is uitgegeven.
Een recht als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan
slechts aan één rechthebbende worden verleend ten
behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in
artikel 18 lid 2 (overschrijving). Verlening van het
recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk
indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Indien alsnog een uitsluitend recht wordt verleend
op een bestaand algemeen graf, wordt de termijn
gedurende welke het recht geldt, geacht te zijn
aangevangen vanaf de datum waarop het algemene graf
in gebruik is genomen. Hiervoor geldt het tarief van
het jaar waarin het uitsluitend recht wordt
omgezet.
Binnen één jaar na de aanvang van de termijn waarin
verlenging van het grafrecht kan worden verzocht
doet de houder van de begraafplaats aan de
rechthebbende wiens adres hem bekend is,
schriftelijk mededeling van het verstrijken van de
termijn.
Indien niet binnen drie maanden na verzending van de
mededeling, bedoeld in lid 6, om verlenging van het
grafrecht is verzocht, maakt de houder van de
begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en
bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde
van de periode waarvoor het recht was
gevestigd.
Grafrechten kunnen niet eerder worden verlengd dan
twee jaar voor het verstrijken van de
graftermijn.
Artikel 16 Reservering van graven
1 Ten behoeve van het naast elkaar begraven van echtgenoten,
levenspartners en familieleden tot de 2e graad,
wordt de mogelijkheid geboden om bij het begraven van de
eerst overleden levenspartner of familielid een grafakte te
verkrijgen voor het uitsluitend recht tot begraven in één
naastliggend graf. Termijn waarvoor grafrecht verschuldigd
is vangt aan op het moment waarop het graf wordt
gereserveerd.
2 Het college biedt de mogelijkheid geruimde graven binnen
één jaar na het verstrijken van de graftermijn opnieuw te
reserveren ten behoeve van begraving van de levenspartner of
familieleden tot de 2e graad van de eerst
overledene.
Artikel 17 Grafkelder
Het stichten van een grafkelder is niet toegestaan.
Artikel 18 Overschrijving van verleende
rechten
Nabestaanden dienen wijzigingen van persoonlijke
gegevens van rechthebbenden of adreswijzigingen van
rechthebbenden door te geven aan de
begraafplaatsadministratie.
Het grafrecht op een particulier graf kan op
aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven
ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel
een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde
graad. Overschrijving op verzoek van de
rechthebbende ten name van een ander dan de
voorgenoemde personen is slechts mogelijk, indien
daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3 Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht
van een particulier graf worden overgeschreven op naam van
de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of
aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van
de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan
de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk,
indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
4 Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag
tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen
de in het derde lid van dit artikel gestelde termijn, is het
college bevoegd het grafrecht op het particuliere graf
vervallen te verklaren.
5 Na het verstrijken van de in het derde lid van dit artikel
genoemde termijn van één jaar kan het college het grafrecht
alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij
dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat, of
urnenruimte die, inmiddels is geruimd.
Artikel 19 Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de
gemeente van het recht op het particulier graf. Van de
ontvangst van zodanige verklaring doet het college
schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Hoofdstuk V Grafbedekkingen
Artikel 20 Grafbedekking / Gedenkteken
Zowel op een particulier graf als op een algemeen
graf kan een gedenkteken worden aangebracht dat
voldoet aan de afmetingen volgens de afmetingen in
de tekening in bijlage 1. Het gedenkteken dient te
bestaan uit natuursteen van granietkwaliteit waarbij
de kleur aan de keuze van de rechthebbende of de
belanghebbende wordt overgelaten.
Op de kindergraven kan een gedenkteken worden
aangebracht dat voldoet aan de afmetingen volgens de
afmetingen in de tekening in bijlage 2. Het
gedenkteken dient te bestaan uit natuursteen van
granietkwaliteit waarbij de kleur aan de keuze van
de rechthebbende wordt overgelaten.
De rechthebbende van een graf heeft de vrijheid om
een gedeelte van het graf te gebruiken om
grafbeplanting/bedekking aan te brengen, conform de
tekening in bijlage 3, dat wil zeggen:
een diepte van 68 cm, gemeten vanuit de achterzijde
van het monument;
een breedte van 50 cm aan beide zijden, gemeten
vanuit het midden van het grafmonument;
daarnaast dient een breedte van 20 cm tussen de
grafbeplanting/bedekking en de grasstrook vrij te
blijven voor maaiwerkzaamheden;
aan beide zijden van het graf dient 20 cm vrij te
blijven om afstand te houden van het naastgelegen
graf.
Indien een rechthebbende het uitsluitend recht heeft
op twee (of meerdere) naast elkaar gelegen graven is
het niet verplicht de ruimte, genoemd in lid 3 sub d
vrij te houden. Ook kan één gedenkteken, conform lid
1, centraal geplaatst worden op beide graven.
5 Het college kan het aanbrengen van grafbedekking weigeren
indien:
niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde
nadere regels conform het
uitvoeringsbesluit;
de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
begraafplaats;
de duurzaamheid van de materialen onvoldoende
is;
de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk
is.
Artikel 21 Verwijdering grafbedekking
1Het college is bevoegd tot verwijdering en vernietiging van
gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te
gaan indien na de dag waarop het graf geruimd mag worden de
grafbedekking niet is verwijderd, waarbij geldt dat zij voor
deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld en
zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
2 Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt
gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
waarop de grafbedekking zal worden verwijderd aan de entree
van de begraafplaats door het college bekend gemaakt, tenzij
het adres van de rechthebbende bij college bekend is. In dat
geval maken zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemd
tijdstip per brief hun voornemen bekend.
3Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij college
ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering
nog gedurende twaalf weken ter beschikking van de
rechthebbende op het graf. De aanvraag kan worden ingediend
gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.
Artikel 22 Onderhoud door de rechthebbende /
belanghebbende
1Dit artikel is van toepassing op het onderhoud niet zijnde
algemeen onderhoud voor zover dit onderhoud niet bij de
houder van de begraafplaats berust.
2 De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de
grafbedekking en andere voorwerpen op het graf behoorlijk te
onderhouden of te herstellen.
3 Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de
grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen,
kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen
of zo nodig de gehele grafbedekking (geheel of gedeeltelijk)
doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf
weken ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende
en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
vergoeding verplicht is.
4 De verwijdering van de grafbedekking of het gedenkteken,
zoals bedoeld in lid 3, vindt niet plaats dan nadat de
rechthebbende of belanghebbende schriftelijk is opgeroepen
om te worden ingelicht over de toestand van het gedenkteken
en / of de grafbeplanting. De oproeping geschiedt door
mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als
het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend
is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
aangebracht.
5Niet blijvende beplantingen, verwelkte bloemen of kransen
en kapotte voorwerpen op een graf kunnen zonder voorafgaande
kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat
aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.
Artikel 23 Onderhoud door de gemeente
Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden,
verzorgen en beplanten van de begraafplaats. Het herstellen
van verzakkingen geschiedt door of vanwege de gemeente.
Artikel 24 Aansprakelijkheid
1Zolang het graf niet geruimd mag worden blijft de eigenaar
de eigendom houden van hetgeen op het graf geplaatst is.
2 Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor
rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende.
3 Schade en eventuele gevolgschade voor derden, is voor
rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende en
deze dient daaraan toegebrachte schade, door welke
omstandigheden ook, op eerste aanschrijven te (doen)
herstellen.
4 Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen
herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college
bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens
of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, waarbij
geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan
worden gesteld.
5 Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar
het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is
ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.
Artikel 25 Tijdelijke verwijdering
1Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen
dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en
voorwerpen vanwege de gemeente op kosten van de gemeente
tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en
herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in
de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.
Een voorafgaande kennisgeving aan de rechthebbende is niet
vereist.
1Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en
urnennissen
1Artikel 26 Aflopen termijn algemeen graf
Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden
voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van
een algemeen graf doet de houder van de
begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan de
belanghebbende bij dat graf wiens adres hem bekend
is.
De belanghebbende bij een algemeen graf kan
gedurende de periode van één jaar voor beëindiging
van de algemene graftermijn bij de beheerder een
aanvraag indienen om de overblijfselen te verzamelen
voor herbegraving in een particulier graf of
verstrooiing.
Herbegraving zoals bedoeld in lid 2 zal niet eerder
plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale
grafrusttermijn.
De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden
genoemd onder lid 2 van dit artikel, komen voor
rekening van de belanghebbende van het betreffende
graf.
1Artikel 27 Aflopen termijn particulier graf
Binnen één jaar na de aanvang van de termijn waarin
verlenging van het recht op een particulier graf kan
worden verzocht doet de houder van de begraafplaats
aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is,
schriftelijk mededeling van het verstrijken van de
termijn.
Indien niet binnen drie maanden na verzending van de
mededeling, bedoeld in het eerste lid, om verlenging
van het grafrecht is verzocht, maakt de houder van
de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf
en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde
van de periode waarvoor het grafrecht was gevestigd.
13 De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de
beheerder een aanvraag indienen om na afloop van het
grafrusttermijn de overblijfselen te doen verzamelen om
deze, indien mogelijk, elders opnieuw te doen begraven.
14 De rechthebbende op een particulier urnengraf of
particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag
indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te
zetten of om de as te doen verstrooien zolang het recht op
het graf of de nis loopt.
1Artikel 28 Ruimen graven
Graven worden geruimd indien:
indien na het verstrijken van het grafrecht, de
overblijfselen niet worden herbegraven zoals is
beschreven in artikel 26 lid 2, grafrechten niet
worden verlengd zoals is beschreven in artikel 27
lid 1;
de rechthebbende van het graf hierom schriftelijk
een verzoek indient bij het college.
12 Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van
de begraafplaats en na verloop van 10 jaar nadat in het graf
laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een
particulier graf betreft, met toestemming van de
rechthebbende op het graf.
1Artikel 29 Losse voorwerpen
De op de graven geplaatste losse voorwerpen blijven
ter beschikking van de rechthebbende en
belanghebbende, gedurende een periode van 12 weken
na ruiming van het betreffende graf.
Na afloop van de in het vorig lid genoemde periode
vervalt het recht op deze voorwerpen aan het college
zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
1Hoofdstuk VII Gedeelte voor kerkgenootschap
Artikel 30 Afwijkende regels en kennisgeving
onderhoudsbehoefte van graven
Niet van toepassing.
Hoofdstuk VIII Instandhouden historische graven en
opvallende grafbedekking
Artikel 31 Lijst
Niet van toepassing.
Hoofdstuk IX Inrichting register
Artikel 32 Administratie begraafplaats
1De administratie van de begraafplaats geschiedt van
gemeentewege.
2 Gegevens over namen van overledenen en grafnummers zijn
openbaar.
Hoofdstuk X Klachten
Artikel 33 Indiening, behandeling en
beslissing
1 Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende
natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen omtrent
feitelijke handelingen of het nalaten van feitelijke
handelingen betreffende de begraafplaats bij het college een
schriftelijke klacht indienen.
2 Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
klacht. Zij kunnen deze termijn met ten hoogste vier weken
verlengen.
Hoofstuk XI Commissie voor de
begraafplaatsen
Artikel 34 Benoeming leden, taak
Er is geen commissie voor de begraafplaatsen.
Hoofdstuk XII Slotbepalingen
Artikel 35 Overgangsbepaling
De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die
voortvloeien uit de ingevolge artikel 38 lid 2 ingetrokken
verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn
ontstaan.
Artikel 36 Strafbepaling
Niet van toepassing
Artikel 37 Beslissingsbevoegdheid
In geval waarin deze verordening niet voorziet of in geval van
verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het
college.
Artikel 38 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag,
volgende op die ter vaststelling.
Op het tijdstip vermeld in lid 1 vervalt de `Verordening op
het gebruik en beheer van de algemene begraafplaatsen in de
gemeente Boekel´ vastgesteld bij raadsbesluit van 13
februari 2003.
Artikel 39 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening
gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Boekel.
Hoofdstuk II
Artikel 6
Opgravingen, ruimingen en overige werkzaamheden
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel