In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden
betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening
van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt ingeval
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde
aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan €
50,-
de verschuldigde belasting door middel van
automatisch incasso in twee termijnen van de
betaalrekening van de belastingschuldige kan
worden afgeschreven.
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede
lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op
één
aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
daarvan, meer is dan € 50,- doch minder dan €
10.000,- en de verschuldigde bedragen door middel
van automatische incasso van de betaalrekening van
de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
dat:
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1
januari en 1 juli van het belastingjaar waarop
ze
betrekking hebben, moeten worden betaald in
zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
dagtekening van het aanslagbiljet tot en met
september nog maanden in het belastingjaar
overblijven;
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 1 juli
van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
moeten worden betaald in drie gelijke
termijnen.
Indien een machtiging wordt afgegeven na
dagtekening van de aanslag wordt het aantal
termijnen gelijkgesteld aan het resterend aantal
termijnen wat van toepassing zou zijn indien de
machtiging vóór het opmaken van het aanslagbiljet
zou zijn verstrekt.
Bij het van toepassing zijn van de voorgaande
leden vervallen de incassotermijnen op of rond de
laatste werkdag van de maand, waarbij de eerste
termijn ten minste veertien dagen na de
dagtekening van de aanslag valt.
Het termijnbedrag wordt berekend naar
evenredigheid van het aantal nog te vervallen
incassotermijnen van het aanslagbiljet.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing
op de in de voorgaande leden gestelde
termijnen.