1.De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer
voorwerpen heeft onder, op of boven
1. voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene
ten behoeve van wie die
voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
gemeentegronden worden
aangetroffen.
2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
een vergunning heeft verleend voor het
2. hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde
gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
rechtsopvolger aangemerkt als
degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het
voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 3
– Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2017