1.Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder
vergunning; b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning; c. in
strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
of
zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart;
Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
eerste lid van dit artikel.