Naar hoofdinhoud
1.. Per brede fractie hebben gelijktijdig maximaal twee leden zitting aan de vergadertafel. 2.. Bij onderwerpen ter informatie kunnen zij vragen stellen. Als zij dit willen kunnen zij ook hun mening over het onderwerp geven. 3.. Bij onderwerpen ter advisering aan de raad zijn er twee spreektermijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. In elke spreektermijn voert niet meer dan één lid per brede fractie het woord. 4.. In de eerste spreektermijn benoemen de commissieleden wat hun fractie ziet als plus- en minpunten van een onderhavig voorstel (opzetronde van het debat). 5.. Na de eerste termijn van de commissie krijgt de indiener van het voorstel de gelegenheid te reageren op de ingebrachte argumenten. 6.. In de tweede termijn reageren de commissieleden op de argumenten van de andere fracties en van de indiener van het voorstel (verweerronde van het debat). 7. . Interrupties ter verduidelijking van de mening van de spreker zijn in beginsel toegestaan, zowel in de termijnen van de commissie als in de spreektermijn van de indiener van het voorstel. 8. . De voorzitter kan de indiener van het voorstel buiten diens spreektermijn het woord geven als hij meent dat dit voor een goed begrip van het voorstel nodig is. 9.. Na sluiting van de tweede termijn adviseert elke fractie of het voorstel als bespreekstuk of hamerstuk in de raad geagendeerd moet worden. De voorlopige agenda van de raad wordt aan de hand hiervan opgesteld. Een onderwerp wordt als bespreekstuk voor de raad geagendeerd als ten minste twee leden van verschillende brede fracties dit adviseren.

Rechtspraak bij dit artikel